ECLI:NL:RBROT:2022:1813
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht in bestuursrechtelijke procedure
Opposant verzocht de Minister van Veiligheid en Justitie om informatie op grond van de Wob en Who. Nadat verweerder niet tijdig een besluit nam, stelde opposant beroep in, dat door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het procesbelang was komen te vervallen door het alsnog genomen besluit. Opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak, waarbij hij alleen aanvoerde dat zijn verletkosten niet waren meegenomen.
De verzetrechter wees op eerdere uitspraken waarin het procederen van opposant zonder redelijk doel werd aangemerkt als misbruik van recht. Het verzet werd zonder zitting afgewezen omdat het enkel diende om procedurekosten te verkrijgen, terwijl niet aan de voorwaarden voor vergoeding van verletkosten was voldaan.
De rechtbank concludeerde dat opposant herhaaldelijk kansloze procedures voert en dat het verzet geen materieel belang dient, waardoor het verzet niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht; geen vergoeding van verletkosten.