ECLI:NL:RBROT:2022:1813

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 februari 2022
Publicatiedatum
11 maart 2022
Zaaknummer
21/594
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet openbaarheid van bestuurWet hergebruik van overheidsinformatieBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht in bestuursrechtelijke procedure

Opposant verzocht de Minister van Veiligheid en Justitie om informatie op grond van de Wob en Who. Nadat verweerder niet tijdig een besluit nam, stelde opposant beroep in, dat door de rechtbank niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het procesbelang was komen te vervallen door het alsnog genomen besluit. Opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak, waarbij hij alleen aanvoerde dat zijn verletkosten niet waren meegenomen.

De verzetrechter wees op eerdere uitspraken waarin het procederen van opposant zonder redelijk doel werd aangemerkt als misbruik van recht. Het verzet werd zonder zitting afgewezen omdat het enkel diende om procedurekosten te verkrijgen, terwijl niet aan de voorwaarden voor vergoeding van verletkosten was voldaan.

De rechtbank concludeerde dat opposant herhaaldelijk kansloze procedures voert en dat het verzet geen materieel belang dient, waardoor het verzet niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht; geen vergoeding van verletkosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/594 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2022 op het verzet van

[Naam], te [Plaats], opposant.

Procesverloop

Op 8 september 2020 heeft opposant de Minister van Veiligheid en Justitie (verweerder) verzocht om informatie te verstrekken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who).
Bij brief van 25 november 2020 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet
tijdig nemen van een beslissing.
Opposant heeft op 29 januari 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.
Bij uitspraak van 6 oktober 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Overwegingen

1. De verzetrechter doet het verzet af zonder nadere zitting. Ter motivering wijst de verzetrechter naar eerdere uitspraken waarbij opposant partij was (zie de uitspraak van deze rechtbank van 8 mei 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020: 4163) en van 5 november 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:9821 ). De verzetrechter wijst ook op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 januari 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:105).
2. In de uitspraak waartegen verzet is gedaan is overwogen dat verweerder een besluit heeft genomen op zijn verzoek, als gevolg waarvan het procesbelang van opposant bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek is komen te ontvallen. Tegen het alsnog genomen besluit zijn geen gronden gericht. Voor een proceskostenveroordeling, waaronder begrepen door opposant gestelde verletkosten, is geen aanleiding gezien.
3. Opposant heeft tegen de uitspraak van de rechtbank slechts aangevoerd dat ten onrechte zijn verletkosten, waaronder het aantal uren dat hij bezig is met de zaak, niet zijn meegenomen. Opposant verwijst naar een uitspraak in een andere zaak (ROT 20/5258) waarbij hem wel verletkosten zijn toegekend.
4. Naar het oordeel van de verzetrechter moet het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard omdat opposant bij het doen van verzet misbruik maakt van recht. Uit de handelwijze van opposant, zijn procedeergedrag en de vele door hem gevoerde procedures zonder redelijk doel blijkt dat het hem ook bij het instellen van dit verzet niet daadwerkelijk is te doen om enig onderliggend materieel recht te effectueren. Ook in verzet procedeert opposant naar het oordeel van de verzetrechter slechts ‘om te procederen’ en om - in dit geval – verletkosten te innen. Aan de voorwaarden voor vergoeding van verletkosten uit het Besluit proceskosten bestuursrecht is echter niet voldaan, zoals de rechtbank ook terecht heeft overwogen in de uitspraak waartegen verzet is gedaan. Het herhaaldelijk instellen van rechtsmiddelen – waaronder het doen van verzet – in evident kansloze zaken zoals hier aan de orde getuigt, mede in het licht van de vele door opposant gevoerde procedures en de wijze van procederen, ook van misbruik van recht, zodat om die reden het verzet niet-ontvankelijk is (vgl. ECLI:NL:RBROT:2020:9821).
5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. C.I. Kieviet, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.