ECLI:NL:RVS:2024:1299
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- N. Verheij
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over bezwaar en dwangsom bij vergunning Roermond
Appellanten maakten bezwaar tegen een vergunning voor bebording en handelsreclame aan een pand in Roermond en stelden de burgemeester in gebreke vanwege het uitblijven van een besluit. Na het niet tijdig nemen van een besluit werd beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de burgemeester later alsnog een besluit nam en het bezwaar niet-ontvankelijk was.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en dat de burgemeester een dwangsom moest betalen. Tevens verzochten zij om vergoeding van immateriële en andere schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en gemaakte proceskosten.
De Afdeling oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij schade hadden geleden door het uitblijven van het besluit en dat de ingebrekestellingen te vroeg waren ingediend, zodat geen dwangsom verschuldigd was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen van de wettelijke voorwaarden voor vergoeding waren vervuld.
De Afdeling stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden maar dat dit niet leidde tot een schadevergoeding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; beroep niet-ontvankelijk verklaard en verzoeken om dwangsom en schadevergoeding afgewezen.