ECLI:NL:RVS:2024:1422
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluit pluimveehouderij nabij Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant en een pluimveebedrijf hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die het college opdraagt een nieuw besluit te nemen over een bezwaar van milieuorganisaties en het bedrijf verplicht de pluimveehouderij stil te leggen na de lopende opfokronde.
Het geschil betreft de illegale exploitatie van een pluimveehouderij zonder vereiste natuurvergunning nabij meerdere Natura 2000-gebieden. De rechtbank oordeelde dat handhavend optreden gerechtvaardigd is omdat geen concreet zicht op legalisatie bestond en de belangen van natuurbescherming zwaarder wegen dan de financiële gevolgen voor het bedrijf.
De voorzieningenrechter van de Raad van State verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de voorlopige voorziening die de rechtbank heeft getroffen en wijst het verzoek tot schorsing van de uitspraak af. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van natuurbescherming en handhaving zwaarder weegt dan het belang van het college en het bedrijf bij uitstel van het handhavend optreden.
De uitspraak benadrukt dat het college bij een nieuw besluit andere bijzondere omstandigheden kan betrekken, maar voorlopig is er geen concreet zicht op legalisatie en is handhaving noodzakelijk om onomkeerbare schade aan Natura 2000-gebieden te voorkomen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Knol op 5 april 2024.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot schorsing van de uitspraak van de rechtbank af en verklaart zich onbevoegd voor zover het verzoek ziet op de voorlopige voorziening.