ECLI:NL:RVS:2024:1427
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 18 oktober 2022 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 7 december 2022 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank niet bevoegd was om de zitting van 2 november 2022 te openen en te schorsen, en dat de rechtbank niet had voldaan aan haar verplichting om de vreemdeling spoedig ter zitting te horen, waardoor de bewaring met ingang van 24 november 2022 onrechtmatig werd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van €8.600 over de periode van 24 november 2022 tot en met 17 februari 2023. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.062,50. Omdat de bewaring al was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling vanaf 24 november 2022 is onrechtmatig verklaard en er is een schadevergoeding toegekend.