ECLI:NL:RVS:2024:1372
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens overschrijding termijn en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 20 oktober 2022 in bewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring op 7 december 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de rechtbank tijdig was begonnen met het horen van de vreemdeling binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na het indienen van het beroep, en of de rechtbank spoedig uitspraak had gedaan. De vreemdeling had ook een wrakingsverzoek ingediend tegen de aangewezen rechter, wat leidde tot een schorsing van de zitting op 2 november 2022.
De Afdeling oordeelde dat het openen en schorsen van de zitting door de gewraakte rechter geen uitstel duldde gezien de spoedeisendheid van de zaak en dat de termijn van veertien dagen niet was overschreden bij de aanvang van de zitting. Echter, de voortzetting van de zitting vond pas op 30 november 2022 plaats, wat te laat was. Hierdoor werd de bewaring vanaf 24 november 2022 onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De bewaring werd onrechtmatig verklaard vanaf 24 november 2022 en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend.