ECLI:NL:RVS:2024:1444
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 februari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daartegen ingestelde beroep op 14 maart 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure werd namens de vreemdeling bezwaar gemaakt tegen zijn feitelijke uitzetting. Dit bezwaar werd aangemerkt als een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het geen vragen bevatte die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.