ECLI:NL:RVS:2024:1498
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor recreatieappartementen in Domburg
Appellant sub 1 vroeg een omgevingsvergunning aan voor het realiseren van twee recreatieappartementen in een cultuurhistorisch waardevol pand in Domburg, waarvoor het college aanvankelijk weigerde vergunning te verlenen. Na bezwaar verleende het college alsnog de vergunning, maar de rechtbank vernietigde dit besluit op grond van belangenafweging en het vertrouwensbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was de vergunning te verlenen en dat het gewekte vertrouwen van appellant sub 1 gerechtvaardigd was.
De Afdeling stelt vast dat appellant sub 2 geen belanghebbende is vanwege het ontbreken van gevolgen van betekenis en dat de Stichting Leefbaarheid Kom Domburg wel ontvankelijk is omdat zij feitelijke werkzaamheden verricht ter behartiging van haar doelstellingen. De Afdeling gaat inhoudelijk in op de beroepsgronden en concludeert dat het college een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt waarbij het behoud van het pand en het gerechtvaardigd vertrouwen zwaarder wegen dan de leefbaarheid en ongewenste groei van recreatieve overnachtingsmogelijkheden.
De Afdeling vernietigt het besluit van 11 oktober 2022 omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen door de vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt gegrond verklaard, de overige hoger beroepen ongegrond, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant sub 1 en het griffierecht. Het beroep van partijen A en B wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 wordt gegrond verklaard en het besluit van 11 oktober 2022 wordt vernietigd; de vergunning van 15 oktober 2020 blijft van kracht.