ECLI:NL:RVS:2024:1499
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- C.H. Bangma
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking drank- en horecavergunning wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Hilversum trok op 22 mei 2020 de drank- en horecavergunning van appellant in wegens niet voldoen aan de eis van goed levensgedrag, onderbouwd met meerdere overtredingen tussen 2014 en 2020, waaronder geweldsdelicten en een poging tot omkoping. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Appellant voerde aan dat de burgemeester geen deugdelijk onderzoek had verricht en dat eerdere straffen en een VOG intrekking in de weg stonden. Ook stelde hij dat de beoordelingscriteria van de burgemeester niet consistent waren en dat sprake was van willekeur en strijd met de Dienstenrichtlijn. De Raad oordeelt echter dat de burgemeester zijn beoordelingsruimte op een inzichtelijke en consistente wijze heeft ingevuld, met voldoende motivering waarom de feiten relevant zijn voor de exploitatie van het horecabedrijf.
De Raad benadrukt dat de intrekking niet onevenredig is, mede omdat de feiten niet gering zijn en recent hebben plaatsgevonden. De belangen van appellant zijn meegewogen, maar de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat wegen zwaarder. De intrekking wordt bevestigd en de burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de drank- en horecavergunning wordt bevestigd wegens onvoldoende goed levensgedrag van appellant.