ECLI:NL:RVS:2022:3620
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Intrekking horecavergunningen wegens slecht levensgedrag leidinggevende
De burgemeester van 's-Hertogenbosch trok op 16 maart 2020 de drank- en horecavergunningen in van twee horecabedrijven vanwege een striptease-act zonder vergunning en een patroon van overtredingen door de leidinggevende, appellant sub 1B. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die de intrekking bevestigde, stelden de exploitanten hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat appellant sub 1B niet voldoet aan de eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, gelet op meerdere overtredingen en waarschuwingen sinds 2013, waaronder rijden onder invloed en het niet naleven van horecavergunningvoorwaarden. De burgemeester had voldoende gemotiveerd waarom deze gedragingen relevant zijn voor het verantwoord exploiteren van een horecabedrijf.
De Raad benadrukte dat het criterium van goed levensgedrag moet waarborgen dat de exploitatie geen gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid en het woon- en leefklimaat. Ook is van belang dat appellant sub 1B vooraf wist dat nieuwe overtredingen tot intrekking konden leiden. De intrekking is niet onevenredig, mede omdat appellant opnieuw een vergunning kan aanvragen. Het hoger beroep van de exploitanten werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de burgemeester niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De intrekking van de horecavergunningen wordt bevestigd omdat de leidinggevende niet voldoet aan de eis van goed levensgedrag.