ECLI:NL:RVS:2021:217
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatie- en DHW-vergunningen en sluiting pand wegens bezit vuurwapens en slecht levensgedrag
De burgemeester van Rotterdam heeft op 5 juli 2018 besloten het pand aan een locatie in Rotterdam te sluiten voor drie maanden en de exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunningen van de exploitant in te trekken vanwege de vondst van vuurwapens en grote sommen geld tijdens een politieonderzoek. De burgemeester stelde dat dit leidde tot een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. De exploitant voerde bezwaar aan tegen deze besluiten, onder meer dat er geen acute dreiging was en dat de term 'slecht levensgedrag' onvoldoende concreet was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen tegen de sluiting en intrekking ongegrond, maar gaf gedeeltelijk gelijk in het bezwaar tegen het aanwijzingsbesluit voor panden waar geen vrijstelling van exploitatievergunning geldt. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de burgemeester in redelijkheid kon besluiten dat het bezit van vuurwapens en grote sommen geld een gevaar voor de openbare orde vormt. Tevens is de beoordeling van slecht levensgedrag niet in strijd met de Dienstenrichtlijn, omdat het verboden bezit van vuurwapens evident slecht levensgedrag oplevert.
De Raad van State wijst erop dat de burgemeester beoordelingsruimte heeft bij het toepassen van het criterium slecht levensgedrag en dat de motivering in dit geval voldoende inzichtelijk en consistent is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten van de burgemeester worden bekrachtigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; besluiten burgemeester tot sluiting pand en intrekking vergunningen bevestigd.