ECLI:NL:RVS:2024:1511
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetes wegens onrechtmatige omzetting woonruimte in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 4 december 2020 aan twee eigenaren van een woning in Amsterdam boetes op wegens het omzetten of omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. Na bezwaar handhaafde het college de boetes deels, maar de rechtbank verklaarde de beroepen van de eigenaren gegrond en vernietigde de besluiten.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en oordeelt dat het college onvoldoende heeft bewezen dat de woning ten tijde van het huisbezoek was omgezet in vijf onzelfstandige woonruimten. De verklaringen van de eigenaren, ondersteund door een tolk, en de proces-verbaalgegevens lieten twijfel bestaan over het aantal bewoners en de feitelijke situatie.
De Afdeling benadrukt dat bij bestuurlijke boetes strenge eisen gelden voor bewijs en motivering, en dat bij twijfel het voordeel aan de betrokkene toekomt. De inschrijvingen in de Basisregistratie Personen boden slechts een vermoeden, dat niet overtuigend werd onderbouwd door het college. Ook de foto’s en plattegrond waren onvoldoende bewijs. De Afdeling bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de eigenaren en tot betaling van griffierecht. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 10 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de boetes bevestigd.