ECLI:NL:RVS:2024:1695
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
Bij besluit van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kinderen, stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem. De rechtbank verklaarde het beroep op 12 april 2024 ongegrond.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 23 april 2024 door voorzieningenrechter A. Kuijer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.