ECLI:NL:RVS:2024:1707
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten handhaving hekwerk Balkenhaventerrein wegens belanghebbendheid appellant
Op 24 maart 2020 wees het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen een illegaal geplaatst hekwerk (hekwerk 1B) op het Balkenhaventerrein in Zaandam. Het college stelde aanvankelijk dat het hekwerk omgevingsvergunningsvrij was, maar herzag dit standpunt bij besluit op bezwaar van 17 februari 2021 en erkende dat een vergunning nodig was. Vervolgens herroept het college dit besluit op 17 juni 2021 en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat appellant geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 17 februari 2021 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 17 juni 2021 ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant wel belanghebbende is, omdat hij als zakelijk gerechtigde direct betrokken is bij het perceel waarop het hekwerk staat en feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van het college van 17 februari en 17 juni 2021. Het college wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw, deugdelijk gemotiveerd besluit te nemen op het bezwaar van appellant. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: De besluiten van het college worden vernietigd en het college moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen op het bezwaar van appellant.