ECLI:NL:RVS:2024:1708
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over belanghebbendheid bij handhavingsverzoek schutting Balkenhaventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees het verzoek van de ouders van appellante af om handhavend op te treden tegen een illegaal geplaatst hekwerk op het Balkenhaventerrein. Appellante stelde dat zij als bewoner belanghebbende was vanwege zichtbeperkingen, woon- en bedrijfsklimaat en belemmerde doorgang. De rechtbank oordeelde echter dat appellante geen belanghebbende was en verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve haar belanghebbendheid had beoordeeld en dat zij het voordeel van de twijfel verdiende. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat belanghebbendheid een ambtshalve te beoordelen aspect is en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De schutting ligt op aanzienlijke afstand van de woning en de door appellante gebruikte percelen, met tussengelegen bebouwing en beplanting, waardoor geen feitelijke gevolgen van betekenis zijn vastgesteld.
De Afdeling concludeert dat appellante geen belanghebbende is bij het handhavingsverzoek tegen de schutting en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.