ECLI:NL:RVS:2024:1714
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom en invordering voor illegale schoorsteenpijp op rijksmonument
Appellant is eigenaar van een rijksmonumentaal pand dat tevens als woning en slagerij wordt gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam legde appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder omgevingsvergunning plaatsen van een roestvrijstalen schoorsteenpijp met een te laag uitmondingsgebied, in strijd met het Bouwbesluit 2012.
Appellant voerde aan dat het plaatsen vergunningvrij was, dat het college niet bevoegd was tot handhaving, dat de last niet uitvoerbaar was vanwege het bestemmingsplan en dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden. De Afdeling oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat sprake was van twee overtredingen en geen vergunningvrijstelling van toepassing was.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college geen toezegging had gedaan tot vergunningverlening. De uitvoerbaarheid van de last werd bevestigd ondanks de bestemming "Tuin - 2" in het bestemmingsplan. De dwangsom was terecht verbeurd en invordering was passend gezien het belang van handhaving.
Appellant bracht verder geen bijzondere omstandigheden aan die invordering konden verhinderen. Zijn verzoek om schadevergoeding werd ingetrokken. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en de invordering daarvan wordt ongegrond verklaard en de besluiten van het college blijven in stand.