ECLI:NL:RVS:2024:1774
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
Bij besluit van 8 maart 2024 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 9 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in eerdere uitspraken.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 29 april 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter C.C.W. Lange.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.