ECLI:NL:RVS:2024:1816
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek extra uren rechtsbijstand in asielprocedure met Koerdische stammenvete
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen de afwijzing van haar verzoek om 16 extra uren rechtsbijstand voor de behandeling van een asielaanvraag van [naam]. [Appellante] stelde dat de zaak bijzonder was vanwege een Koerdische stammenvete en aspecten van eerwraak, wat extra bestudering vereiste. De raad voor rechtsbijstand wees het verzoek af, omdat de zaak niet buiten de forfaitaire tijdgrens viel en geen bijzondere rechtsvraag of juridisch relevant feitencomplex bevatte.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de omvang van het dossier en de intensiteit van de procedure niet automatisch duiden op bewerkelijkheid. [Appellante] stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat het om een bewerkelijke zaak ging en dat zij extra werkzaamheden had verricht, waaronder het laten vertalen van documenten en het bijwonen van een aanvullend gehoor. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze werkzaamheden binnen de normale asielprocedure vallen en dat de complexiteit niet objectief was aangetoond.
Verder wees de Afdeling erop dat werkzaamheden ook door derden hadden kunnen worden verricht en dat het enkel intensief uitvoeren van werkzaamheden niet leidt tot toekenning van extra uren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om extra uren rechtsbijstand wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.