ECLI:NL:RVS:2024:195
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 mei 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, aangezien deze terecht en op goede gronden was genomen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe vragen die voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling van belang waren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 22 januari 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter C.C.W. Lange.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.