ECLI:NL:RVS:2024:1972
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten wegens onrechtmatige woningonttrekking in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant twee boetes op wegens het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de woningvoorraad door verhuur aan arbeidsmigranten en omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste boete ongegrond en matigde de tweede boete.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat de woning onttrokken was aan de woningvoorraad in strijd met artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. De eerdere uitspraken van de Afdeling in gerelateerde zaken bevestigen dit oordeel.
Daarom worden de boetebesluiten van 3 en 25 juli 2019 vernietigd en herroepen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant. De uitspraak vervangt de vernietigde besluiten van 21 april 2020.
Uitkomst: De boetebesluiten van 3 en 25 juli 2019 worden vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs van overtreding.