ECLI:NL:RVS:2024:1979
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en proceskostenvergoeding bij beëindiging strijdige hondensportactiviteiten
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel legde in februari 2020 een last onder dwangsom op vanwege het gebruik van een perceel voor hondensportactiviteiten in strijd met het bestemmingsplan. [Appellant], eigenaar van Hondenpension Boslucht, verzocht het college handhavend op te treden tegen deze activiteiten. Na diverse besluiten, bezwaar- en beroepsprocedures, heeft het college het hoger beroep ingetrokken omdat het perceel was opgekocht door de gemeente en de strijdige activiteiten waren beëindigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beroep tegen de besluiten van april en mei 2022 niet-ontvankelijk is omdat het procesbelang van appellant is vervallen; zijn belang beperkt zich nu tot het verkrijgen van een proceskostenvergoeding. De Afdeling bevestigt dat de vergoeding van proceskosten in bezwaar reeds is toegekend, maar nog niet is uitbetaald.
Voor het beroep van rechtswege en het ingetrokken hoger beroep is de vergoeding van proceskosten mogelijk op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb, nu het college aan appellant is tegemoetgekomen door het beëindigen van de strijdige activiteiten. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van € 875,00 aan proceskosten voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 875,00; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.