ECLI:NL:RVS:2023:842
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding voor reiskosten na onrechtmatige afwijzing machtiging verblijf
Appellante diende meerdere aanvragen in voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging met haar echtgenoot. De eerste twee aanvragen werden afgewezen en deze besluiten zijn onherroepelijk geworden. De derde aanvraag werd aanvankelijk ook afgewezen, maar de rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig en vernietigde het. De staatssecretaris verleende uiteindelijk de machtiging.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding wegens de onrechtmatige besluiten, waaronder voor betaalde leges, kosten van het opnieuw afleggen van het basisexamen inburgering, rechtsbijstandskosten en reiskosten van haar echtgenoot die haar in Iran bezocht. De rechtbank wees het verzoek af, onder meer vanwege het ontbreken van causaliteit en het relativiteitsvereiste.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 20 januari 2016 onrechtmatig is en dat appellante daardoor schade heeft geleden. De reiskosten van de echtgenoot worden als redelijke schadeposten erkend en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van deze kosten. De overige schadeposten worden afgewezen wegens het ontbreken van causaliteit of het relativiteitsvereiste. Tevens worden de proceskosten en griffierechten vergoed.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding voor de reiskosten van de echtgenoot en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.