ECLI:NL:RVS:2024:2029
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatie wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het naturalisatieverzoek van appellant, die de Syrische nationaliteit bezit, af omdat ernstige vermoedens bestonden dat hij een gevaar voor de openbare orde vormde. Dit was gebaseerd op een openstaande strafzaak wegens verdenking van verkrachting. Het bezwaar van appellant werd eveneens ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit oordeel.
Appellant stelde dat de strafzaak nog in een pril stadium verkeerde en dat er geen objectief bewijs was, maar de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat op het peilmoment een serieuze verdenking bestond. Tevens voerde appellant aan dat positieve persoonlijke omstandigheden onvoldoende werden meegewogen, maar dit werd verworpen omdat deze niet als bijzondere omstandigheden kwalificeerden die afwijken van het beleid rechtvaardigen.
Het beleid, vastgelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap, bepaalt dat naturalisatie geweigerd wordt bij ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde, waaronder openstaande strafzaken. Alleen in zeer bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken, wat hier niet het geval was. De Afdeling bevestigde daarom het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde.