ECLI:NL:RVS:2022:1826
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde na veroordeling mensensmokkel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestonden dat appellant een gevaar voor de openbare orde vormt. Dit werd onderbouwd met een onherroepelijke veroordeling van appellant wegens mensensmokkel door de rechtbank Overijssel op 8 oktober 2019, waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf werden opgelegd.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals zijn intentie om als vluchteling zijn landgenoten te helpen, niet voldoende in aanmerking waren genomen en dat de strafrechter deze omstandigheden niet had meegewogen. De Afdeling oordeelde echter dat het beleid neergelegd in de Handleiding RWN als uitgangspunt geldt en dat persoonlijke verzachtende omstandigheden door de strafrechter worden meegewogen, waardoor deze in de naturalisatieprocedure niet als bijzonder worden aangemerkt.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris het verzoek terecht heeft afgewezen en dat de rechtbank het beroep van appellant terecht ongegrond heeft verklaard. De afwijzing sluit niet uit dat appellant na het verstrijken van de rehabilitatietermijn opnieuw een verzoek kan indienen. De Afdeling wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: Het verzoek om het Nederlanderschap wordt afgewezen vanwege ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde op grond van een recente veroordeling.