ECLI:NL:RVS:2024:2057
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht inzake griffierechtvrijstelling advocaatklacht
Appellant diende een klacht in tegen een advocaat bij de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant en verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. De deken verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk en weigerde het door te sturen naar de Raad van Discipline. De rechtbank vernietigde het besluit van de deken en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant ondanks meerdere mededelingen van de deken en eerdere uitspraken van de Afdeling blijft procederen terwijl hij wist dat het instellen van rechtsmiddelen evident geen kans van slagen had. Bovendien heeft appellant het griffierechtbedrag alsnog betaald, waarna de Raad van Discipline de klacht ongegrond en niet-ontvankelijk verklaarde. Hierdoor heeft appellant feitelijk toegang tot de tuchtrechter gehad.
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van het recht om hoger beroep in te stellen. De verzoeken van appellant zijn kennelijk onredelijk en de deken heeft geen proceskostenvergoeding opgelegd vanwege de financiële situatie van appellant en het ontbreken van gemaakte kosten. Zowel appellant als de deken hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van het recht om hoger beroep in te stellen.