ECLI:NL:RVS:2024:2059
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen dekenstandpunt inzake klacht advocaat
Appellant heeft een klacht ingediend tegen een advocaat bij de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant, die op 11 november 2021 het dekenstandpunt innam dat geen sprake was van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Appellant maakte bezwaar tegen dit standpunt, maar de deken verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat bezwaar en beroep tegen het dekenstandpunt niet mogelijk zijn. De rechtbank bevestigde deze rechtmatigheid.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat hem de toegang tot de rechter werd ontzegd en dat de griffierechten onnodig hoog waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant misbruik maakte van het recht tot hoger beroep, omdat hij ondanks duidelijke mededelingen van de deken bleef procederen en wist dat de procedure geen kans van slagen had.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een veroordeling in proceskosten af, omdat de deken geen kosten aannemelijk had gemaakt en appellant niet door een beroepsmatige rechtsbijstand werd vertegenwoordigd. Zowel appellant als de deken hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.