ECLI:NL:RVS:2024:2060
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij griffierecht advocaatklacht
Appellant diende een klacht in tegen een advocaat bij de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant, die het dekenstandpunt innam dat geen sprake was van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Appellant werd geïnformeerd dat hij voor het voorleggen van de klacht aan de Raad van Discipline griffierecht van € 50,- moest betalen. Hij verzocht om vrijstelling, maar de deken verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en wees het beroep van appellant af. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in, stellende dat hem de toegang tot de rechter werd ontzegd en dat de kosten onnodig hoog waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant misbruik van het recht maakte door ondanks duidelijke mededelingen van de deken te blijven procederen en onredelijke verzoeken om ontheffing van het griffierecht te blijven indienen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Proceskosten werden niet aan partijen opgelegd gezien de omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van het recht om hoger beroep in te stellen.