ECLI:NL:RVS:2024:2270
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- E. Steendijk
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken land van terugkeer in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 september 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep door de vreemdeling op 27 december 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werd geoordeeld dat de meeste grieven van de vreemdeling geen aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Wel werd geoordeeld dat het terugkeerbesluit van 10 september 2021 een gebrek vertoont doordat het geen land van terugkeer vermeldt, wat volgens eerdere uitspraken van de Afdeling altijd vereist is, ook indien de vreemdeling haar nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het terugkeerbesluit van de staatssecretaris, en wees het beroep van de vreemdeling toe. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een land van terugkeer en het beroep van de vreemdeling wordt toegewezen.