ECLI:NL:RVS:2024:2488
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 27 september 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 23 maart 2022. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het individueel ambtsbericht, dat ten grondslag lag aan het besluit, ingezien en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Daarnaast deed de vreemdeling een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling stelde vast dat de rechterlijke behandeling in beroep ruim een jaar te lang heeft geduurd en ook in hoger beroep een lichte overschrijding plaatsvond. Op basis hiervan werd de Staat der Nederlanden veroordeeld tot een schadevergoeding van € 1.500,00 en vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van voortvarende behandeling van procedures en de zorgvuldigheid bij het inschakelen van deskundigen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden voor het hoofdgeding, maar wel voor het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.