ECLI:NL:RVS:2024:2574
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij overdracht aan Italië
De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die zich onbevoegd verklaarde in hun zaak betreffende de overdracht aan Italië onder de Dublinverordening.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor de overdrachtstermijn was opgeschort. Echter, deze termijn is inmiddels verstreken en de vreemdelingen zijn alsnog in de nationale procedure opgenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat doordat het doel van de procedure is bereikt, de vreemdelingen geen belang meer hebben bij de beoordeling van het hoger beroep. Ook is geen aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van proceskosten, omdat het verstrijken van de overdrachtstermijn geen toedoen van de staatssecretaris is.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt zij dat de vreemdelingen in de nationale procedure worden behandeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de overdrachtstermijn is verstreken en de vreemdelingen in de nationale procedure zijn opgenomen.