Eiseres is eigenaar van een bedrijfspand dat zonder omgevingsvergunning is verbouwd tot drie wooneenheden, waarvan twee zelfstandige bewoning mogelijk maakten. Het college legde haar een last onder dwangsom op om de illegale bewoning te beëindigen en het pand terug te brengen naar de vergunde staat van 1981. Na eerdere procedures vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak het besluit en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen.
In het bestreden besluit herroept het college de last voor het beëindigen van bewoning van wooneenheid 2, maar handhaaft de last voor het terugbrengen van het pand naar de vergunde situatie. Eiseres betoogt dat onder het overgangsrecht en artikel 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geen overtreding meer is, maar de rechtbank oordeelt dat het college terecht het oude recht toepast omdat de werkzaamheden nog steeds vergunningplichtig zijn.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat zij geen belang meer heeft bij de procedure en laat haar nadere stukken toe. De rechtbank overweegt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat de last onder dwangsom terecht is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.