ECLI:NL:RVS:2024:2646
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel gewezen
Bij besluiten van 3 november 2023 had de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze besluiten op 17 januari 2024 onrechtmatig en vernietigde ze, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het terugnameverzoek aan Duitsland tijdig was gedaan binnen de termijnen van de Dublinverordening. De staatssecretaris had bovendien gemotiveerd dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die rechtvaardigen dat hij de behandeling van de aanvragen onverplicht aan zich zou trekken, zoals het verblijf van de meerderjarige zoon in Nederland of medische problemen van de minderjarige dochter.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. De beroepen van de vreemdelingen werden ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.