ECLI:NL:RVS:2024:2830
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onrechtmatige omzetting zelfstandige woonruimte in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een bestuurlijke boete op wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Dit betrof een woning aan een locatie in Amsterdam, onderzocht in het kader van de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit. Tijdens een huisbezoek in oktober 2018 bleek dat drie personen in de woning woonden, wat door administratief onderzoek werd bevestigd.
Appellante voerde aan dat het gebruik van de woning zonder vergunning was toegestaan onder eerdere regels en dat zij niet verantwoordelijk was voor de overtreding, omdat de feitelijke bewoning door de huurder werd bepaald. De rechtbank mat de boete vanwege termijnoverschrijding en stelde deze vast op €5.400. Appellante ging tegen deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de woning onder het toepassingsbereik van artikel 21 Hw Pro valt en dat de omzetting zonder vergunning plaatsvond. Appellante had kennis van de situatie en kon de overtreding worden toegerekend als functioneel daderschap. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel faalden. De boeteoplegging was rechtmatig en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €5.400 voor onrechtmatige omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte wordt bevestigd.