ECLI:NL:RVS:2024:730
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete voor illegale omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [appellante], een woningcorporatie, een bestuurlijke boete van €12.000 op wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. De overtreding werd vastgesteld na een huisbezoek op 3 februari 2020, waarbij vier personen werden aangetroffen die in de woning woonden zonder dat er een omzettingsvergunning was verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, omdat op het moment van het huisbezoek geen vergunning was verleend en [appellante] als overtreder werd aangemerkt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het college tegelijkertijd een boetevoorstel had gedaan.
In hoger beroep stelde [appellante] dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt en dat de boete onterecht en te hoog was. De Raad van State oordeelde dat [appellante] als functioneel pleger kon worden aangemerkt, omdat zij de beschikking had over de woning en de overtreding had aanvaard door geen maatregelen te nemen om de situatie eerder te beëindigen.
De Afdeling bestuursrechtspraak matigde de boete met 75% vanwege verminderde verwijtbaarheid en beperkte ernst, mede omdat de vergunning inmiddels was verleend en er geen overlast was gemeld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de boete vastgesteld op €3.000. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €12.000 naar €3.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.