ECLI:NL:RVS:2024:2916
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging lasten bestuursdwang en vernietiging kostenbesluit opslag blusschuim
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem legde op 19 februari 2020 aan appellant en zijn bedrijf lasten onder bestuursdwang op om overtollig blusschuim te verwijderen en de opslag conform vergunning te regelen. Dit volgde op constatering van een overschrijding van de toegestane opslagcapaciteit van 10 ton blusschuim, waarbij circa 1.340 ton was opgeslagen in beschadigde IBC’s met lekkagegevaar.
Appellant voerde onder meer aan dat de opslag niet in strijd was met vergunningvoorschriften en dat hij mocht vertrouwen op een e-mail van een ambtenaar die een hogere opslagcapaciteit suggereerde. De Afdeling oordeelde dat de vergunning geen hogere opslag toestond, dat de e-mail onjuist was geïnterpreteerd en dat bestuursdwang terecht werd toegepast vanwege de risico’s en het ontbreken van zicht op legalisatie.
Verder stelde appellant dat hij na het faillissement van zijn bedrijf geen zeggenschap meer had en niet als overtreder kon worden aangemerkt. De Afdeling overwoog dat bestuursdwang niet afhankelijk is van feitelijke macht en dat kostenverhaal terecht aan appellant werd opgelegd voor de periode dat hij zeggenschap had.
Tegen het kostenbesluit van 8 september 2023 maakte appellant bezwaar wegens onduidelijkheid en onredelijkheid van de kosten. De Afdeling vernietigde dit besluit omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom alle kosten verband hielden met bestuursdwang, met name de kosten na de feitelijke uitvoering van de bestuursdwang in februari 2021.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant en bevestigde het eerdere vonnis van de rechtbank Gelderland.
Uitkomst: Bestuursdwangbesluiten bevestigd, kostenbesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van kostenverhaal.