ECLI:NL:RVS:2024:3066
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij bewaring vreemdeling
Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de eerste grief geen aanleiding gaf tot vernietiging omdat deze geen vragen van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming opriep. De tweede grief, die betrekking had op het toekennen van proceskostenvergoeding bij een gebrek in de voorafgaande ophouding, werd gegrond verklaard op basis van eerdere jurisprudentie.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten, maar vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze de minister niet had veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt. De uitspraak werd voor het overige bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van € 2.625,00 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.625,00 aan proceskosten aan de vreemdeling.