ECLI:NL:RVS:2024:3153
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 augustus 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 juli 2024 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat gelet op de omstandigheden en de aangevoerde gronden een voorlopige voorziening passend is. De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan de rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 5 augustus 2024 door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. De voorlopige voorziening waarborgt dat de vreemdeling gedurende de procedure opvang en verstrekkingen kan ontvangen en niet wordt uitgezet.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep over zijn verblijfsvergunning is beslist.