ECLI:NL:RVS:2024:3194
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 maart 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond op 4 juli 2024. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. Dit besluit is mede gebaseerd op de rechtsvragen over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Cyprus, die op 10 september 2024 op zitting worden behandeld.
Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 7 augustus 2024 door voorzieningenrechter J.H. van Breda in aanwezigheid van griffier R.H.L. Dallinga.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.