ECLI:NL:RBDHA:2024:10435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling interstatelijk vertrouwensbeginsel bij overdracht asielzoeker aan Cyprus
De rechtbank Den Haag heeft op 4 juli 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een Syrische asielzoeker bezwaar maakte tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Cyprus verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ondanks de door eiser aangevoerde structurele tekortkomingen in de opvangvoorzieningen en asielprocedure op Cyprus. De rechtbank analyseerde uitgebreid de opvangsituatie, waaronder de omstandigheden in opvangcentra als Pournara en Kofinou, en de mogelijkheid voor asielzoekers om particuliere huisvesting te vinden met overheidssteun.
De rechtbank concludeerde dat hoewel er obstakels en tekortkomingen zijn, deze niet de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou uitsluiten. Ook de opschorting van de behandeling van Syrische asielaanvragen op Cyprus leidt niet tot de verplichting voor Nederland om de aanvraag zelf te behandelen. De rechtbank wees voorts het beroep af en bevestigde dat de staatssecretaris het juiste toetsingskader heeft toegepast en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij na overdracht aan Cyprus onmenselijke of vernederende behandeling zal ondergaan.
Uitkomst: Het beroep van de asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Cyprus bevestigd.