ECLI:NL:RVS:2024:3233
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in asielzaak wegens overschrijding beslistermijn
De vreemdeling had tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld, maar heeft dit hoger beroep op 4 oktober 2023 ingetrokken en tegelijkertijd verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de minister de beslistermijn voor de asielaanvraag van de vreemdeling had overschreden, ondanks een rechtmatige verlenging van de beslistermijn met negen maanden. De minister had uiteindelijk bij besluit van 28 september 2023 de aanvraag van de vreemdeling ingewilligd.
Gezien het feit dat de minister geheel aan de aanvraag tegemoet was gekomen en het belang bij een uitspraak op het hoger beroep daardoor was vervallen, zag de Afdeling aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 437,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De Afdeling besloot het verzoek toe te wijzen en de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt in verband met het hoger beroep dat was ingetrokken.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens overschrijding van de beslistermijn.