ECLI:NL:RVS:2023:1270
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag minderjarige met internationale bescherming in andere lidstaat
Een minderjarige vreemdeling uit Syrië, die internationale bescherming geniet in Roemenië, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat de vreemdeling een zodanige band met Roemenië zou hebben dat terugkeer redelijk is. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De vreemdeling betoogde dat de belangen van het kind onvoldoende waren meegewogen, onder meer omdat hij in Nederland wordt verzorgd door familie en ernstige psychische klachten heeft die samenhangen met zijn verblijf in Roemenië. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met deze belangen en dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de belangen van het kind voldoende waren betrokken.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de belangen van het kind. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd vanwege onvoldoende belangenafweging van het kind en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.