ECLI:NL:RVS:2024:3340
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken wettelijke grondslag voor kennelijk ongegrond verklaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 mei 2023 de asielaanvraag van de vreemdeling af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 23 juni 2023 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog in lijn met een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:2604) dat de werkwijze van de minister om asielaanvragen als kennelijk ongegrond af te wijzen wanneer vreemdelingen zonder geldige reden niet verschijnen voor een nader gehoor, geen grondslag heeft in de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 mei 2023 werden vernietigd. De minister is verplicht een nieuw besluit te nemen en daarbij te onderzoeken of de aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld of inhoudelijk moet worden behandeld. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.