ECLI:NL:RVS:2024:3390
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Onduidelijke motivering en inconsistent beleid bij weigering omzettingsvergunningen in Amsterdam
Appellant heeft aanvragen ingediend voor omzettingsvergunningen om vier zelfstandige woningen in Amsterdam om te zetten naar twaalf onzelfstandige woonruimten. Het college verleende deze vergunningen van rechtswege wegens te late besluitvorming, maar trok ze later in en weigerde alsnog de vergunningen te verlenen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde eerder het besluit van het college wegens onvoldoende motivering.
Het college handhaafde de weigering in een nieuw besluit van juni 2023, met als argument dat het gebied kwetsbaar is en het omzetten van woningen het doel van het behoud van grotere zelfstandige woonruimten schaadt. Tevens stelde het college dat het huidige beleid een quotum per wijk en pand hanteert, en dat de aanvragen niet binnen het pandquotum passen. Appellant betoogde dat het college geen consistent beleid voert en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vergunningen geweigerd zijn.
De Raad van State oordeelde dat het college niet voldoende heeft onderbouwd waarom het beleid consistent is en waarom het belang van leefbaarheid en woonruimtevoorraad zwaarder weegt. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het omzetten van zowel boven- als benedenwoning negatief zou zijn voor de leefbaarheid. Het beroep van appellant tegen het besluit van juni 2023 wordt gegrond verklaard. Het beroep tegen het besluit van mei 2024 over de dwangsom wordt ongegrond verklaard.
De Afdeling draagt het college op binnen 12 weken het besluit van juni 2023 te herstellen door het te motiveren of te wijzigen op basis van een leefbaarheidsonderzoek. In de einduitspraak wordt beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 13 juni 2023 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college krijgt opdracht het besluit binnen 12 weken te herstellen.