ECLI:NL:RVS:2024:3409
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst Afghaanse kok EUPOL naar Nederland bevestigd
Appellanten, bestaande uit een Afghaanse kok die van 2007 tot 2016 op het hoofdkwartier van de European Union Police Mission (EUPOL) in Kabul werkte, zijn door de minister van Buitenlandse Zaken afgewezen in hun verzoek om overkomst naar Nederland. De minister stelde dat appellant niet viel onder de speciale voorziening die geldt voor medewerkers die structureel substantieel hebben gewerkt voor een Nederlandse functionaris van EUPOL in een voor het publiek zichtbare functie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten minste een jaar structureel substantieel heeft gewerkt voor een Nederlandse functionaris van EUPOL, noch dat zijn functie voor het publiek zichtbaar was in de zin van de Kamerbrief. Ook bijzondere omstandigheden konden geen afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Verder werd geoordeeld dat de minister geen hoorplicht heeft geschonden door appellant niet te horen in bezwaar, aangezien het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling concludeert dat de minister terecht het verzoek heeft afgewezen en dat de rechtbank de juiste afweging heeft gemaakt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.