ECLI:NL:RVS:2024:3322
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag overkomst Afghanistan wegens motiveringsgebrek
Appellanten, Afghaanse nationaliteit houdende en verblijvend in Afghanistan, vroegen de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren vanwege hun werkzaamheden voor de Nederlandse EUPOL-missie. De minister wees de aanvraag af omdat appellanten niet onder de speciale voorziening vielen die bepaalde groepen Afghanen beschermt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellanten gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij structureel substantiële werkzaamheden verrichtten voor een specifieke Nederlandse functionaris van EUPOL in een voor het publiek zichtbare functie, zoals vereist volgens de Kamerbrief.
Wel stelde de Afdeling vast dat de minister in het besluit niet voldeed aan de motiveringsplicht, omdat deze slechts verwees naar de speciale voorziening zonder nadere motivering, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit gebrek werd door de rechtbank niet onderkend.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de minister in beroep en hoger beroep alsnog inhoudelijk op de feiten was ingegaan. Tevens veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de minister moet proceskosten vergoeden.