ECLI:NL:RVS:2024:3416
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- P.H.A. Knol
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding vakantieverhuurregels Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een boete van €11.600 op wegens het verhuren van een woning aan vijf personen, terwijl de vergunning maximaal vier personen toestaat. De rechtbank matigde de boete tot €8.700, maar appellante ging in hoger beroep vanwege strijdigheid van het boeteregime met het evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het boeteregime van de Huisvestingsverordening Amsterdam onvoldoende differentieert naar aard, omvang en verwijtbaarheid van overtredingen, en geen onderscheid maakt tussen bedrijfsmatige en niet-bedrijfsmatige verhuur. Dit leidt tot disproportioneel hoge boetes, ook bij geringe overtredingen.
De Raad verklaarde tabel 4 van bijlage 3 bij de Huisvestingsverordening Amsterdam onverbindend wegens strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De boete werd daarom verlaagd naar €2.900, 25% van het oorspronkelijke boetebedrag. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover zij de boete op €8.700 stelde en in zoverre vervangen door deze uitspraak. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De boete voor overtreding van vakantieverhuurregels wordt verminderd van €8.700 naar €2.900 wegens onvoldoende differentiatie in het boeteregime.