ECLI:NL:RVS:2020:2849
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bestemming tot bewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan [partij] een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning. Dit volgde op een onderzoek naar woonfraude waarbij werd vastgesteld dat de woning werd gebruikt als bed&breakfast zonder dat [partij] als bewoner in de basisregistratie personen stond ingeschreven en zonder voorafgaande melding aan het college.
De rechtbank matigde de boete tot €4.000 omdat aan de voorwaarden voor een bed&breakfast grotendeels was voldaan, de bestemming tot bewoning overheersend bleef, en er geen negatief effect was op de woonruimtevoorraad of leefbaarheid. Tevens werd rekening gehouden met de geringe financiële draagkracht van [partij], die studeert en geen inkomen heeft.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze matiging, stellende dat de boetehoogte wettelijk is vastgesteld en dat matiging niet gerechtvaardigd was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel het onttrekken van woonruimte een ernstige overtreding is, bijzondere omstandigheden zoals het feitelijk hoofdverblijf van [partij], het beperkte aantal toeristen en de administratieve aard van de overtredingen aanleiding geven tot matiging.
De Afdeling benadrukte het belang van een gedifferentieerd boeteregiem dat het evenredigheidsbeginsel respecteert en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht.
Uitkomst: De matiging van de bestuurlijke boete tot €4.000 wordt bevestigd en het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard.