ECLI:NL:RVS:2020:2096
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekking van drie woningen aan bewoning zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 6 augustus 2018 een bestuurlijke boete van €61.500 op aan appellant wegens het zonder vergunning onttrekken van drie woningen aan de bestemming tot bewoning. Dit volgde op een onderzoek in het kader van het project 'social media' en een huisbezoek op 5 juni 2018 waarbij toeristen werden aangetroffen in de woningen.
Appellant stelde dat de boete was verjaard omdat de overtreding een voortdurende was die sinds 2009 plaatsvond, dat slechts één woning onttrokken was en dat matiging van de boete op zijn plaats was vanwege eerdere communicatie vanuit de gemeente en brandweer. De rechtbank wees deze bezwaren af en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak. De bevoegdheid tot boeteoplegging was niet vervallen omdat de overtreding op 5 juni 2018 nog voortduurde en de boete binnen de vijfjaarstermijn werd opgelegd. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat het beleid sinds 1 juli 2017 is gewijzigd. Tevens zijn drie afzonderlijke woningen onttrokken, niet één. Tot slot is geen aanleiding voor matiging, aangezien appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 augustus 2019.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €61.500 voor het zonder vergunning onttrekken van drie woningen aan de bestemming tot bewoning wordt bevestigd.