ECLI:NL:RVS:2024:3507
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.H. Bangma
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omzettingsvergunning en toepassing overgangsrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende aanvankelijk een vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte voor vijf personen. Later trok het college deze vergunning in en weigerde het een nieuwe vergunning op grond van gewijzigde beleidsregels en de Huisvestingsverordening Den Haag 2023.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond en oordeelde dat de vergunningplicht voor woningen in het hogere segment buiten toepassing moest blijven wegens strijd met zorgvuldige besluitvorming en motiveringsbeginsel. Het college en appellanten stelden hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van appellanten ongegrond en dat van het college gegrond. De Afdeling vernietigde het oordeel van de rechtbank over het hogere segment en oordeelde dat de vergunningplicht voor omzetting voor het gehele grondgebied mocht gelden. Wel stelde de Afdeling vast dat het college het besluit van 14 augustus 2023 ten onrechte niet op het overgangsrecht van de Huisvestingsverordening 2019 heeft getoetst. Daarom vernietigde de Afdeling dat besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met toepassing van het overgangsrecht.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de procedure de redelijke termijn had overschreden en kende appellanten een schadevergoeding toe. Het college en de Staat werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep bij de Afdeling worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van 14 augustus 2023 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met toepassing van het overgangsrecht van de Huisvestingsverordening 2019.