Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2022 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats 1] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
[derde-partij 1] en [derde-partij 2], (gemachtigde drs. S.A.N. Geerling) en
[derde-partij 3], te [woonplaats 2] .
Procesverloop
Overwegingen
gehelewoningvoorraad [14] is onvoldoende. Ook in de Woonagenda 2019-2023 wordt deze stelling niet afdoende onderbouwd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.518,-.