ECLI:NL:RVS:2024:351
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellant, geboren en getogen in Amsterdam, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege dakloosheid en ernstige medische aandoeningen waaronder multiple sclerose en langerhanscelhistiocytose. Het college wees de aanvraag af op grond van de huisvestingsverordening, met name vanwege het niet voldoen aan de bindingseis van vier jaar onafgebroken verblijf en het ontbreken van een medische relatie met de woonsituatie.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat appellant geen beroep kon doen op de hardheidsclausule, ondanks zijn medische situatie. Appellant stelde in hoger beroep dat het college onvoldoende medisch onderzoek had gedaan en dat zijn ernstige aandoeningen een zelfstandige woonruimte noodzakelijk maken.
De Afdeling oordeelde dat de door appellant overgelegde medische stukken aanleiding hadden moeten zijn voor het college om medisch advies in te winnen bij de GGD. Het college had daardoor onvoldoende kennis van de relevante feiten en belangen. De Afdeling vernietigde het besluit en bepaalde dat het college binnen twaalf weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met aanvullend medisch advies van de GGD.